Kindergerei Gero-Zilver en Zilvium door Georg Nilsson
R.P.M. Rhoen


Dit kindergerei - ook wel kindergarnituur en kinderservies genoemd - hoort tot een serie van vier sprookjes: Assepoester, Hans en Grietje, Roodkapje en Sneeuwwitje. De afbeeldingen zijn een ontwerp van de Deense zilversmid en ontwerper Georg Nilsson (1888-1975). Hij was van 1933 tot 1957 als vaste ontwerper in dienst van de Gero; de laatste jaren als chef van de ontwerpafdeling. Daarvoor werkte hij tot de sluiting bij de Gerofabriken in Kopenhagen. Zijn ontwerpmonogram bestaande uit de kapitaalletters G en N vindt men op zilveren als verzilverde voorwerpen. Ook op het kindergerei.
De eerste advertentie voor het kindergerei ontworpen door Nilsson werd gevonden in de Radiobode, het weekblad van de avro, van 20 november 1936. Het werd toch al een jaar eerder geproduceerd. De ZilverKamer Zeist heeft in haar collectie een kinderbord met op de rand afbeeldingen uit het sprookje van Sneeuwwitje met op de achterkant in de bodem gestempeld de Gero-jaarletter A in een cirkel en die staat voor 1935.
Het kindergerei was een luxe geschenk voor bij een geboorte. Dit wordt ook duidelijk door de kop boven de advertentie: ‘Iets origineels voor Uw Lieveling’. Deze reclame zal waarschijnlijk vooral zijn gericht op de groot- en peetouders van de boreling.

Het was mogelijk een compleet kindergerei te kopen bestaande uit: kindercouvert, etenschuiver, beker, bord, eierdopje en eierlepel en servetring. Maar ook in acht verschillende combinaties als het te begrotelijk was. Het was een fraaie verkooptechniek van de Gero. De complete set droeg etuinummer 929 en de andere:
Het kindercouvert in deze sprookjesserie bestaat uit een lepel en een vork. Een mes hoorde er niet bij. Een complete set bestaat dus uit acht bestek- en serviesonderdelen. De beker heeft een oor. Een eierdop met eierlepel noemt men ook eiergarnituur. Een andere naam voor servetring is servetband. Alles verpakt in mooie etuidozen.
De dwarslepel werd pas later in de sprookjesserie geproduceerd. Hij wordt in 1953 in advertenties genoemd, maar zonder vermelding van een etuinummer.
Een dwarslepel, in de advertenties ‘kinderlepel dwars’ genoemd, is een kinderlepel waarbij de bak in een hoek van 45 tot 90 graden aan de steel zit. Veel kinderen kunnen de hoek moeilijk maken. De knik voorkomt dat de lepel in de lucht wordt omgedraaid. Daarnaast wordt het kind gedwongen met rechts te eten.




Bij het op de markt brengen van het kindergerei met sprookjesmotieven wordt erbij vermeld dat het gemaakt is van Gero-Zilver. De zilverfabrikanten noemen Gero-Zilver - bekend sinds 1919 - schijnzilver en vochten sinds 1929 tegen het gebruik van het woord zilver in verbinding met de naam Gero. Gero-Zilver is namelijk verzilverd witmetaal op basis 90. Een verwarring die anno nu nog steeds bestaat. Aardewerk wees er expliciet op dat het kindergerei niet van zilver is, maar van verzilverd metaal.
De Waarborgwet 1953 verbood het woord zilver in verbinding met een eigennaam. Als nieuwe naam voor Gero-Zilver startte de Gero in 1952 een reclamecampagne ter introductie van de naam Gero Zilvium. Er verscheen in 1953 in de vrouwenbladen Beatrijs, Eva, Libelle en Margriet een advertentie onder de kop ‘Geschenken in Gero Zilvium’, waarbij in de opsomming van 25 luxe artikelen de eerste drie het kindergerei in de sprookjes Assepoester, Hans en Grietje, Roodkapje en Sneeuwwitje was.
In elke etuidoos 929 zat een prentenboekje van het sprookje dat afgebeeld staat op het bestek en servies. De boekjes hebben een afmeting van 95 x 65 mm. In het boekje staat op welk onderdeel de tien tekeningen staan.


In de Maassluise Courant van 22 november 1957 staat een advertentie die duidelijk op de oma’s is gericht: ‘Voor Oma’s met weinig kleinkinderen maakt de Gero een sprookjesserie in Zilvium. Kindercouvertjes met motieven uit Roodkapje, Hans en Grietje, Sneeuwwitje en Assepoester.’ Het zal weleens de laatste vermelding van de ‘sprookjes van Nilsson’ geweest kunnen zijn.

De eerste etuidozen zijn aan de buitenkant chocoladebruin - van diepbruin tot lichtbruin - en zilverkleurige granitolook. Een combinatie die een chique sfeer creëert. Nu ogen die dozen somber en zeker als verpakking voor een geboortegeschenk. Het kan zijn dat de oorspronkelijke kleur en glans van het papier onder invloed van lucht, licht en warmte in de tussenliggende decennia deels verloren is gegaan.
Babykleren in de dertiger jaren waren meestal wit en in pastelkleuren. Die zachte kleuren komen terug in de nieuwe ontwerpen van de etuidozen. Deze motieven lijken speciaal te zijn ontworpen voor het kindergerei. Het papier van deze dozen kon ook niet ontkomen aan het verouderingsproces. Mogelijk zal de beige kleur lichter zijn geweest. De tekeningen op de dozen en op de boekjes werden vervangen door foto’s.
